Jarig

Sommige Nederlandse tradities nemen mijn leerlingen maar wat graag over. Je verjaardag vieren bijvoorbeeld.

Zestien wordt ze vandaag, een van mijn Koerdisch-Syrische leerlingen. Thuis viert ze haar verjaardag niet, want daar is dat geen traditie. Al weken voor de kerstvakantie kwam ze naar me toe: ‘Mevrouw, mag ik mijn verjaardag op school vieren?’ Ik vroeg wanneer ze dan jarig was en wat ze precies wilde doen. De hele klas zou meedoen en ook de andere klas zou worden uitgenodigd.

Ik geef les aan een alfaklas, een klas met jongeren van 16 tot 18 jaar uit Eritrea en Syrië. Zij leren lezen en schrijven in ons westerse schrift. Niet goed kunnen lezen en schrijven wil niet zeggen dat je dom bent, en evenmin dat je niks kan. Dat werd deze weken nog weer eens extra duidelijk.

Al snel viel mij een belangrijk verschil op met Nederland. Wij zijn gewend dat je een feest organiseert als je jarig bent. Mijn leerlingen pakken dat anders aan: zij organiseren een feest voor de jarige. Ze doen dat niet alleen, maar met zijn allen, als groep. Iedereen heeft er een taak in.

Het begon vorige week met de vraag waar je fototaarten kon bestellen. Samen bekeken we websites van de plaatselijke bakkers en van de Hema. Wat voor taarten kon je bestellen? Zouden die lekker zijn? Hoeveel personen konden ervan eten? Hoeveel moest je ervoor betalen? Allemaal functionele vaardigheden, zoals dat in het vakjargon van de alfabetiseringsdocent heet. Daarna hoorde ik er niks meer over. Tot gisteren een van de jongens mij vroeg hoe laat het feest begon. Daarna deelde hij mee: ‘Mevrouw, morgen komen ze een taart brengen.’

In de loop van deze week kwamen er steeds meer dingen het lokaal in die nodig waren voor het feest. De een bracht ballonnen mee, een ander kaarsjes voor op de taart, de derde waxinelichtjes. Gistermorgen ging de jarige zelf inkopen doen. Ze kwam terug met flessen frisdrank.

Intussen waren de anderen bezig met het versieren van het lokaal. Er werden posters gemaakt met verjaardagswensen, de ballonnen werden opgeblazen, uit het crealokaal haalden we slingers. Anderen waren alvast op zoek naar feestmuziek.

Op het moment suprême werd de jarige de klas uitgestuurd, zodat de groep de laatste hand kon leggen aan de versiering van het lokaal. Er kwam een bus confetti tevoorschijn. De taart werd neergezet, bordjes, bestek en glazen ernaast. De muziek ging aan. Toen pas mocht de jarige weer binnenkomen. Ze sneed zelf de taart aan. De meest recalcitrante leerling van mijn groep nam de verantwoordelijkheid op zich om iedereen te voorzien van een stukje.

Onze conciërge maakte zich wat zorgen. Gistermorgen was het lokaal schoongemaakt en hij voorzag dat dit feest zou eindigen in een puinhoop. ‘Maak je geen zorgen’, zei ik. ‘De leerlingen ruimen alles ook weer keurig op.’ En dat klopte. Zo organisch als het feest georganiseerd werd, werd alles ook weer afgebouwd. Met vereende krachten werd alles weer opgeruimd. De vloer werd goed geveegd, er was geen spoor van confetti meer te vinden. De borden, het bestek en de glazen werden afgewassen en weer in de kast gezet. Zonder dat er ook maar een aansporing van mijn kant voor nodig was.

De jarige genoot van haar prachtige verjaardagsfeest en het samenzijn met haar klasgenoten. De leerlingen hadden plezier en waren zichtbaar tevreden met hoe ze dit gefikst hadden. Voor mij als docent zijn dit de kersen op de taart. Momenten met heel veel plezier, momenten die de saamhorigheid versterken, momenten die laten zien wat mijn leerlingen allemaal wél kunnen.

Foto: Petra de Boevere (cc)

Dit bericht werd geplaatst in De vreemdeling, Oorlog & geweld en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s