Nahed Hattar: blasfemie of haatzaaien?

LONGREAD – Twee weken geleden werd de Jordaanse schrijver Nahed Hattar op weg naar zijn proces doodgeschoten door een extremist, nadat hij een spotprent publiceerde op Facebook. Een blasfemieproces, schreven velen op de (social) media, maar is dat wel zo? In Jordanië lijkt het veeleer te gaan over haatzaaien, aanzetten tot sektarische spanningen en groepen tegen elkaar opzetten. De zaak-Hattar heeft opmerkelijke overeenkomsten met de Nederlandse situatie.

Wie was Nahed Hattar eigenlijk?

In het westen hadden velen voor die fatale zondag 25 september 2016 waarschijnlijk nog nooit van Nahed Hattar gehoord, maar in Jordanië genoot hij bekendheid. Hij kwam uit een christelijke familie, maar was zelf overtuigd seculier en atheïst. Een communist, wordt gezegd, volgens sommigen een marxist. Door sommigen gewaardeerd om zijn teksten en columns, maar velen deelden zijn vaak uitgesproken standpunten ook niet. Hij pleitte ervoor de Jordaanse burgers van Palestijnse origine, naar schatting bijna de helft van de bevolking, hun burgerrechten te ontnemen. De Jordaanse identiteit diende volgens hem uitsluitend te stoelen op de identiteit van de ‘Eastbank’, de oostelijke zijde van de Jordaan, dat wil zeggen Jordanië, het gebied waar de ‘echte’ Jordaniërs wonen; en dus niet op die van de ‘Westbank’, de westelijke Jordaanoever, waar de Palestijnen vandaan komen. Hij was ook een fervent supporter van de Syrische dictator Bashar al-Assad en iedereen die Assad niet steunde was in zijn ogen een terrorist. Dit alles is uiteraard geen reden tot moord, wel schetst het een beeld waar Hattars positie in de Jordaanse samenleving.

Ophef over een cartoon

Op vrijdag 12 augustus plaatste Nahed Hattar een spotprent op Facebook onder de titel ‘De God van Daesh’. We zien Abu Saleh, de in december 2015 geliquideerde financier van Daesh (of zoals wij de groep noemen: IS) die in het paradijs het bed deelt met twee schone dames en Allah vraagt hem op zijn wenken te bedienen. Daags erna werd Hattar opgepakt wegens het beledigen van een religie. Allerwegen werd dat al snel vertaald als ‘vervolgd wegens blasfemie’, maar dat onvoldoende recht aan de Jordaanse context. Dat kun je al gelijk zien uit de Jordaanse reacties die volgden op zijn arrestatie. Daarin wordt vooral gesproken over het zaaien van haat en verdeeldheid in de samenleving.

De Jordan Times liet een media-expert aan het woord die van oordeel was dat Hattar met het delen van de cartoon de wet overtrad, omdat de spotprent beledigend was en niet gezien kon worden als vrijheid van meningsuiting. Daarom zou Hattar gedurende het verdere onderzoek naar overtreding van artikel 150 van de Jordaanse strafwet, dat beschimping van religies verbiedt, direct in voorarrest kunnen worden geplaatst.

‘What Hattar did incited hatred and sectarianism and may cause division… Preserving national security and social harmony and the public interest comes before freedom of expression even in international law.’

Het Jordaanse fatwadepartement bracht een verklaring uit die het beledigen van de goddelijke entiteit, de islam en religieuze symbolen bekritiseerde. Een groep mensen maakt misbruik van de oproep tot het bestrijden van geweld en extremisme, aldus het departement, en beledigt religieuze symbolen en de islam onder het voorwendsel geweld te bestrijden:

‘This group of people is no less extreme than the extremists and radicals themselves… This group of people fuels extremism and sows seeds of sedition in the community.’

De eerste reacties op de spotprent repten erover dat Hattar anti-islam zou zijn en doelbewust de Jordaanse moslims beledigde. Na alle consternatie verklaarde Hattar dat hij het zo niet bedoeld had en verkeerd begrepen was. Helaas noemde hij in zijn verklaring ook in een adem Daesh en de Jordaanse tak van de Moslimbroederschap terroristen, en dat gooide flink wat olie op het vuur. Van Daesh moeten de meesten in Jordanië niet veel hebben. Het zelfbenoemde kalifaat wordt er gezien als een illegale buitenlandse groep, hen steunen is dan ook illegaal. De Moslimbroeders maken echter volop deel uit van de Jordaanse samenleving. Ze zijn vertegenwoordigd in de politiek, bij de overheid en in het leger. De Broeders beschouwden Hattars reactie als smaad en maanden de overheid tot actie, in het belang van de nationale eenheid, waarover zo dadelijk meer.

Reacties op de moord

De moord op Hattar zorgde voor verdeeldheid in de Jordaanse samenleving. Enerzijds waren er mensen die blij waren met zijn dood. De autoriteiten arresteerden daarop direct mensen die hun vreugde op Facebook uitten. Velen waren net als wij hier in het Westen zeer geschokt door de moord. Iemand die mij zeer dierbaar is, zei:

‘Het is belachelijk om iemand die op weg is naar zijn proces dood te schieten. Dat kan niet, dat iemand optreedt als aanklager, rechter en beul ineen. Je moet het recht gewoon zijn gang doen hebben. Dit is niet Jordanië.’

Direct na de moord op Hattar riep het fatwa-departement het volk op tot eenheid in de bestrijding van terrorisme en van hen die verdeeldheid zaaien. Volgens het departement verbiedt de islam het aanvallen van mensen en:

‘anyone who tries to instate himself as a ruler or judge to hold people to account (for their deeds), which would lead to chaos and social corruption and spread strife among members of the one society.’

Op de social media in het Westen zag ik talloze meldingen langskomen dat een christelijke schrijver zou zijn vermoord. Open Doors, een organisatie die opkomt voor vervolgde christenen, meldde zelfs dat Hattars familie de dag na de moord in Amman de straat op ging uit angst dat hen hetzelfde lot zou treffen. Toen ik daar wat opmerkingen over maakte, vroeg iemand mij: ‘wat doet het er in godsnaam (pun intended) toe of het slachtoffer Christen was of niet?’ Dat is een goede vraag, maar hij kan beter worden gesteld aan degenen die meenden erop te moeten wijzen. Misschien is het omdat het zo goed past in de beeldvorming: onverdraagzame moslims die christenen onderdrukken? Waarom zou je vermelden dat iemand christen is, terwijl die persoon zichzelf afficheert als seculier, als atheïst? Waarom zou je voorbijgaan aan wat christenen in Jordanië daarover zelf zeggen: dat zij in alle vrijheid hun geloof kunnen beleven en beschermd worden door de wet?

De suggestie van Open Doors wordt niet gestaafd door de mij bekende feiten. Hattars familie was vooral heel erg boos. Daarom togen op maandag 26 september, een werkdag, tweehonderd familieleden naar de Jordaanse hoofdstad Amman om daar te protesteren en te roepen om het aftreden van de premier. Na het posten van de spotprent had Hattar namelijk talloze bedreigingen ontvangen. Dat was gemeld bij de autoriteiten. Volgens zijn familie deden de autoriteiten echter helemaal niks om Hattar te beschermen, zodat een extremist de gelegenheid te baat kon nemen om hem te vermoorden. Een extremist, iemand die uit het ambt van imam was gezet vanwege zijn extreme denkbeelden, en die naar verluidt de dag voor de moord uit het buitenland was teruggekeerd, wat voorbedachten rade suggereert. De familie stelde daarom de autoriteiten, in de persoon van de premier, aansprakelijk voor de moord op hun familielid. Die visie wordt door velen in de Jordaanse samenleving gedeeld.

Nationale eenheid

Ik stipte hierboven al het belang van de nationale eenheid aan, in Jordanië een terugkerend onderwerp van gesprek. We zagen al dat ook de Moslimbroeders daarop wezen in hun reactie op Hattars spotprent. ‘Nationale eenheid’ fungeert in Jordanië zowel bij de overheid als in de samenleving als bezweringsformule om de rust in het land te handhaven en te voorkomen dat Jordanië net als haar buurlanden een brandhaard wordt. Daar zijn verschillende redenen voor aan te wijzen.

Angst voor terrorisme
Jordanië was al herhaaldelijk het doelwit van terroristische aanvallen vanuit een buurland. Op  9 november 2005 (11/09) voerde Al Qaïda in Irak, geleid door de Jordaniër Abu Musab al-Zarqawi, een bomaanslag uit op drie internationale hotels in Amman. In een van die hotels vond op dat moment een bruiloft plaats. Door de aanslagen kwamen 63 mensen om, merendeels Jordaniërs, en raakten 115 mensen gewond. Duizenden mensen gingen in protest de straat op, auto’s reden toeterend door de steden om te rouwen en te protesteren. Zarqawi’s stam plaatste advertenties in een aantal grote dagbladen, waarin afstand werd genomen van de daden van hun familielid.

Later volgde de beschieting van een pakhuis in de haven van Aqaba. In 2009 kregen drie mannen 22 jaar cel voor het beramen van een bomaanslag op de rooms-katholieke kerk in Amman. Eind 2010 werden 12 vermoedelijke Al Qaïdaleden veroordeeld voor een aanslag op de Latijnse kerk en het christelijke kerkhof in het Noord-Jordaanse Irbid. Datzelfde jaar werd de havenstad Aqaba, die grenst aan het Israëlische Eilat, opnieuw bestookt met raketten. Er vielen één dode en vier gewonden. Het doelwit was het middenin het centrum gelegen Intercontinental Hotel.

Eind 2015 kwamen vijf mensen om het leven en raakten zes mensen gewond toen een Jordaanse politieagent het vuur opende in een trainingscentrum van de politie. Op 6 juni dit jaar opende iemand het vuur op een veiligheidskantoor nabij het Baqa’a-vluchtelingenkamp, wat vijf mensen het leven kostte. Twee weken later vond een aanslag met autobommen plaats bij een ontvangstcentrum voor vluchtelingen aan de Syrisch-Jordaanse grens. De terroristen deden zich voor als vluchtelingen die niet in staat waren om, zoals gebruikelijk, het laatste stukje naar het centrum te lopen, zodat zij met hun auto’s tot in het centrum konden komen. Die aanslag kostte zes mensen het leven; veertien anderen raakten gewond.

Grote stroom vluchtelingen
Jordanië ligt te midden van turbulente brandhaarden. Het land vangt al meer dan honderd jaar grote vluchtelingenstromen op. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontvluchtten Circassiërs de Russische tactiek van de verschroeide aarde. Tijdens de Eerste Wereldoorlog volgden Armeniërs. In de Tweede Wereldoorlog ging Rusland over tot deportaties van Tsjetsjenen op de Kaukasus, waarvan een deel vluchtte naar Jordanië. In 1948 volgden de Palestijnen die de oorlog ontvluchtten die volgde op de stichting van de staat Israël. Na de oorlog in 1967, waarbij Israël de onder Jordaans bestuur staande Westelijke Jordaanoever bezette, vluchtten veel Palestijnen eveneens naar Jordanië. Tijdens de Eerste Golfoorlog volgden Palestijnen vanuit vooral Koeweit. Meer recent volgden grote vluchtelingenstromen uit Irak, Tunesië, Libië, Jemen en Syrië.

Op dit moment vangt Jordanië wereldwijd de meeste vluchtelingen op, zo’n 2,7 miljoen volgens een rapport van Amnesty International dat deze week verscheen. Omdat niet iedereen zich bij UNHCR of UNRWA laat registreren als vluchteling, ligt dat getal in werkelijkheid nog hoger.

Etnische en religieuze pluriformiteit
Mede door de komst van die talloze vluchtelingen kenmerkt de Jordaanse samenleving zich nu door een grote etnische en religieuze pluriformiteit. De bevolking is weliswaar overwegend islamitisch en Arabisch, maar die vormen natuurlijk niet één homogene groep. Ze zijn net zo divers als de talloze stromingen in het christendom, de verschillende nationaliteiten en etniciteiten in Europa. Veel van de vluchtelingen kregen het Jordaanse staatsburgerschap en participeren volop in de Jordaanse maatschappij. Zo vormen de Circassiërs, die in Jordanië bekend staan als Adygi, sinds 1921 de koninklijke garde en zijn veel banken en hotels in handen van Palestijnse Jordaniërs.

Ter illustratie: van de officiële 98 procent Arabieren in Jordanië bestaat de helft uit Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten. Dat zie je in de statistieken niet altijd terug, want de meeste van die Palestijnen, met name degenen die in 1948, na 1967 en voor 1988, toen Jordanië haar vertegenwoordiging van de Westelijke Jordaanoever overdroeg aan de PLO,  hebben een Jordaans paspoort en volwaardige burgerrechten. Als gevolg van de Syrische opstand en de daarop volgende oorlog zijn in vijf jaar tijd zoveel Syriërs naar Jordanië gevlucht dat nu een op de vijf mensen in Jordanië een Syriër is.

Explosieve groei van de bevolking
In 1971 bedroeg het bevolkingsaantal van Jordanië ruim anderhalf miljoen. In 2000 was dat al 4,8 miljoen. Na de oorlog in Irak steeg het tot 5,9 miljoen in 2008. Tijdens de meest recente volkstelling, in november 2015 was het verder gestegen tot 9,5 miljoen en op dit moment spreekt men al over 11,5 miljoen. De volkstelling van 2015 toont van de totale bevolking van 9,5 miljoen er 3 miljoen Palestijnse vluchtelingen en hun nazaten zijn, benevens 1,5 miljoen vluchtelingen, 600 duizend Egyptische arbeidsmigranten en bijna 200 duizend expats, waaronder werkers uit onder meer India en de Filippijnen.

De oorspronkelijke Jordaanse bevolking, de ‘Eastbankers’ dreigen hierdoor een minderheid te worden in eigen land. Zet dat maar eens af tegen de Nederlandse situatie: 3,7 miljoen allochtonen op een bevolking van 17 miljoen. In Nederland groeien de partijen die stellen dat we zoveel immigranten niet aankunnen, dat we overspoeld worden en onze identiteit verloren dreigt te gaan, terwijl onze draagkracht een stuk groter is dan die van Jordanië.

Druk op de samenleving
Die gigantische bevolkingsexplosie, grotendeels veroorzaakt door factoren van buitenaf, zorgt voor een enorme druk op de Jordaanse samenleving.  Terwijl de druk vanuit Westerse landen op de ‘opvanglanden in de regio’ toeneemt om ervoor te zorgen dat de vluchtelingen niet naar Europa komen, blijven de daarvoor benodigde fondsen zwaar achter. De kosten voor de opvang en ondersteuning van de talloze vluchtelingen bedragen in Jordanië dan inmiddels ook een kwart van de nationale begroting. Er ontstaan tekorten aan basisvoorzieningen als water, voedsel, gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en infrastructuur, en niet te vergeten: werk. Eind vorig jaar stond de werkloosheid op 13 procent, het hoogste niveau sinds 2008. Van de jongeren tot 24 jaar is bijna 30 procent werkloos.

Dit alles, de reële dreiging van terrorisme, de etnische en religieuze diversiteit, de komst van grote aantallen vluchtelingen zet de onderlinge verhoudingen danig op scherp en de onderlinge concurrentie om schaarse middelen en schaarse banen neemt toe. Het is voor Jordanië niet altijd een eenvoudige opgave om in die omstandigheden de eenheid te bewaren. Het beroep op nationale eenheid is dan ook een terugkerende bezweringsformule.

Nahed Hattar en de nationale eenheid

Gelet op de context die ik hierboven schetste, is duidelijk dat de uitspraken van Hattar niet alleen stuiten op bezwaren van gelovigen. Palestijnse wortels, links gedachtegoed en steun voor de Moslimbroederschap, en haar politieke tak Islamic Action Front, gaan in Jordanië vaak hand in hand. Bij de parlementsverkiezingen in september kreeg het IAF dan ook vooral steun in die gebieden waar veel Palestijnen wonen: Amman, Zarqa en Irbid. Het is niet moeilijk te zien dat Hattar’s pleidooi om Palestijnse Jordaniërs hun burgerrechten te ontnemen, daar niet in goede aarde viel. Evenmin als zijn uitspraak dat hij met zijn cartoon vooral terroristen zoals Daesh en de Moslimbroederschap wilde bestrijden. Anderzijds speelt Hattars pleidooi om Jordanië’s culturele identiteit uitsluitend te baseren op de ‘Eastbank’ in op de angst van de Eastbankers, – die zelf vaak weer historische wortels hebben in het zuiden, in Jemen en Saoedi-Arabië – dat Jordanië niet meer hun land is.

De gedachte dat Hattar met zijn standpunten én met de cartoon de verhoudingen op scherp zette, is dan ook niet zo vergezocht. Het raakt aan de grote angst in Jordanië: dat extreme uitspraken haat en verdeeldheid zaaien, groepen tegen elkaar opzet, een voedingsbodem is voor extremisme, met als gevolg toenemende destabilisatie en het verbrokkelen van de nationale eenheid. De New York Times bracht dat fraai onder woorden:

‘While presenting itself as a stable outlier in a tumultuous region, Jordan maintains a complicated balancing act of its own, split between traditional tribes, Palestinians, a potent jihadi community and now more than 650,000 refugees from the grinding civil war in Syria. As Jordan strives to stay neutral in Syria and off the Islamic State’s radar, the cartoon Mr. Hattar posted on Facebook proved just the sort of lighter fuel to feed the flames.’

Blasfemie of haatzaaien?

De berichtgeving over de moord op Nahed Hattar meldde overwegend dat Hattar vervolgd werd wegens blasfemie, omdat de spotprent die hij plaatste als beledigend werd gezien voor de islam. Hattar werd inderdaad vervolgd vanwege ‘contempt of religions’. Je moet die vervolging echter wel zien binnen de context die ik hierboven schetste. Het is relevant om op te merken dat de Jordaanse wetgeving een afgeleide is het van Franse civielrecht uit de Napoleontische tijd en het Engelse gewoonterecht, een erfenis uit het koloniale verleden. Tot een aantal jaren geleden stond er geen straf op het beledigen van God, omdat God de bescherming van mensen niet nodig heeft, was de redenering. Laten we daarom eens kijken wat er nu precies staat in de wetsartikelen op grond waarvan Hattar vervolgd werd.

Als eerste hebben we dan artikel 150 van de Jordaanse strafwet. De kern daarvan is het bedreigen van de nationale eenheid door het aanzetten tot haat en het tegen elkaar opzetten van groepen. Dit is de tekst van artikel 150, zoals gepubliceerd door UNODC:

(5) Crimes Harming National Unity and the Coexistence between the Nation’s Elements

Article (150)
Any writing or speech aims at or results in stirring sectarian or racial prejudices or the incitement of conflict between different sects or the nation’s elements, such act shall be punished by imprisonment for no less than six months and no more than three years and a fine not to exceed five hundred dinars (JD500).

Volgens het Jordaanse persbureau Petra werd Hattar daarnaast aangeklaagd op grond van artikel 278, dat belediging van geloofsovertuiging en het krenken van godsdienstige gevoelens verbiedt.

Article (278)
Whoever commits one of the following acts, he / she shall be punished by imprisonment for a period not to exceed three months or a fine not to exceed twenty dinars (JD20):
1. Publishes any print, writing, picture or effigy calculated or tending to outrage the religious feelings or belief of other persons , or;
2. Utters in a public place and in the hearing of another person any word or sound calculated or tending to outrage the religious feelings or belief of such person.

In artikel 278 staat dus niet zozeer de religie op zich centraal, als wel de religieuze gevoelens van mensen. Het artikel is van recente datum en zo geformuleerd dat ook electronische uitingen op het internet die Jordaanse burgers raken, vervolgd kunnen worden. Dit artikel beschermt niet alleen de de islamitische meerderheid, maar garandeert ook de rechten van de christelijke minderheden.

Vanuit het Jordaanse perspectief geeft het beledigen van religieuze symbolen voeding aan fanatici, die zoals we weten nogal eens de neiging hebben geweld niet te schuwen. Geweld is slecht voor de nationale eenheid en de vreedzame coëxistentie van de verschillende groepen in de samenleving. Die redeneertrant is ook terug te vinden in een conceptresolutie die Jordanië vorig jaar agendeerde in de Interparlementaire Assemblee. Die resolutie begint als volgt:

‘Insults to religions and religious symbols are uncivilized actions that have very serious consequences on all humanity, as they prevent the meeting of minds and dialogue and feed religious extremism and fanaticism, terrorism and violence.

The best way to remedy the problem – or even to prevent it – is mutual respect for religions and religious symbols, and dialogue. Such dialogue between believers is a human need that cannot be neglected, given the numerous principles all religions share. Regrettably, much of such dialogue tends to the unpeaceful and is even characterized by rancour. There must be greater awareness of the culture of dialogue in order to promote peaceful co-existence among believers.’

Wat als de vrijheid van meningsuiting leidt tot haatzaaien?

Je kunt je natuurlijk afvragen of het verbieden van allerhande uitingen het doel van nationale eenheid nu werkelijk dichterbij brengt. Het is ironisch dat de inperking van de vrijheid van meningsuiting voor het IAF een van de redenen om mee te doen aan de parlementsverkiezingen afgelopen maand, nadat zij de laatste twee parlementsverkiezingen boycotte. ‘The sky is the limit’, aldus de Broeders. Toen de zaak-Hattar ging spelen, voegden zij daar echter aan toe dat die vrijheid komt met verantwoordelijkheden en beperkingen, zoals een verbod op het beledigen van God.

Politiek commentator Rami Khouri wees op de belangrijke aspecten die bij de moord op Hattar een rol speelden: religieuze gevoeligheden en hoe die tot uitdrukking komen in de wet, de rol van de overheid bij het handhaven van de wet en het beschermen van burgerrechten, hoe de maatschappij vrijheid van meningsuiting definieert en garandeert, de macht van maatschappelijke krachten als religieuze of ideologische hardliners, en de lijm die deze factoren bijeen moet houden. Volgens Khouri is dat een belangrijk onderwerp in de hele Arabische wereld.

‘All these dimensions of Jordanian life and law were in play on Sunday, and they elicited sharp, instant responses from different quarters of society – who all spoke past one another, and thus only accentuated the tensions and contradictions in Jordanian and Arab society that have now burst into the open.

Islamists, secularists, government officials, civil society activists, and millions of private citizens all spoke their mind, usually blaming someone else for doing something dangerous that should be stopped – in their view, but not necessarily in the consensus perception of the country as a whole.’

Khouri pleit voor een sociaal contract waarin de rechten van alle burgers gewaarborgd zijn. Bij mij roept dat de vraag op hoe je daarin het recht op vrijheid van religie, op het leven in waardigheid en zonder beschimping door anderen, kunt garanderen, terwijl je tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting niet wil begrenzen. Wat doe je dan als het uitingen van meningen leidt tot haatzaaien, tot het tegen elkaar opzetten van groepen, tot sociale destabilisatie? Die vraag speelt zowel in Jordanië als in Nederland.

Nederland heeft zelf een lange geschiedenis van godsdienstoorlogen. Daaraan kwam pas een einde met de komst van fundamentele burgerrechten. Die rechten zijn echter niet langer meer vanzelfsprekend. Nederland schafte het verbod op godslastering recent af. Wordt het probleem daarmee opgelost? Of is het gevolg juist dat beschimpte minderheden geen of minder rechten hebben waar ze zich op kunnen beroepen?

Het is makkelijk om dan te zeggen: ach, het zijn maar woorden, leg die kritiek naast je neer en zorg dat je minder lange tenen krijgt. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie religies beschimpt, beschimpt daarmee de facto ook de gelovigen en raakt hen in hun ziel, in dat wat hun leven zin geeft. Wie mensen kwetst tot in hun ziel, moet niet gek opkijken als dat leidt tot emotionele reacties. Er was een tijd dat ook ik er enig plezier in kon hebben om de spot te drijven met gelovigen en hun overtuigingen. Naarmate ik ouder en wijzer werd, realiseerde ik me meer hoezeer ik die gelovigen daarmee kwetste, mensen vaak ook die mij zeer dierbaar waren. De uitdaging is om met respect voor overtuigingen toch vragen stellen. Dat blijkt prima te kunnen. Niet alles wat je kunt zeggen, móet je ook zeggen.

Helaas leidt onze vrijheid van meningsuiting er inmiddels ook toe dat groter wordende groepen in de samenleving hardop pleiten voor het inperken van de rechten van minderheden, verwijzend naar de wil van ‘het volk’. Ik denk dan bijvoorbeeld aan pleidooien om artikel 1, 6 en 23 uit de Grondwet te schrappen. Of aan verkiezingsprogramma’s die oproepen tot een verbod op islamitisch onderwijs, op moskeeën, op het in bezit hebben van de Koran. Natuurlijk kan iemand in zo’n geval een aanklacht indienen. We hebben immers nog steeds het verbod op haatzaaien en groepsbelediging. Het blijkt echter bijster moeilijk het Openbaar Ministerie zo ver te krijgen dat ze overgaat tot vervolging of tot het niet geïsoleerd, maar in samenhang beschouwen van uitingen, zodat een rechter de rechten van onze burgers tegen elkaar kan afwegen. Het is belangrijk dat we ons bezinnen hoe daarmee om te gaan, want we weten uit ervaring waar haatzaaien en ophitsen toe kan leiden als het geen halt toegeroepen wordt.

Zo zien we dus dat wij Nederlanders een aantal fundamentele vragen delen met Jordanië. Hoe kun je de rechten en vrijheden van alle burgers in het land garanderen? Hoe bevorderen we de nationale eenheid, zorgen we dat de spanningen in de samenleving binnen de perken blijven en bevorderen we de vreedzame coëxistentie van de verschillende groepen in de samenleving?

Dit bericht werd geplaatst in Midden-Oosten, Politiek, Religie en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Nahed Hattar: blasfemie of haatzaaien?

  1. Rob Alberts zegt:

    Wat heeft de bemoeienis van Europese landen in het Midden Oosten nog veel negatieve gevolgen.

    Bezorgde groet,

  2. reinejragolo zegt:

    Ook in Nederland is het dwaas om spotprenten van Mohammed, Allah of een andere voorstelling uit de Koran te maken. Je zaait er haat mee en radicaliserende jongeren zijn al snel van mening dat de haatzaaier geëlimineerd moet worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s