Feiten doen er wel degelijk toe

Truth and Justice (foto:Flickr/Sighthound)Degenen die stellen dat fact-based politics onmogelijk is, maken een logische denkfout en vallen hun zelfgebouwde stroman aan. Ik zal dat illustreren aan de hand van een actueel voorbeeld: beeldvorming en werkelijkheid over asielzoekers in Nederland. Politiek gaat uiteindelijk altijd over de effecten van beleid op mensen. Die kun je niet beoordelen zonder de feiten in ogenschouw te nemen.

Hoogleraar cultuursociologie Dick Houtman betoogde eerder op Sargasso dat fact-based politics onmogelijk is en net zo irrationeel als fact-free politics. De wetenschap kan volgens Houtman wel vaststellen of en in hoeverre iets ‘het geval is’, maar die feiten spreken niet voor zichzelf. Eerlijk gezegd ken ik ook maar weinig mensen die iets anders beweren. Volgens Houtman kun je slechts vaststellen of iets ‘erg’ is of niet op morele gronden. Hoe een goede samenleving eruit ziet is geen ‘feitelijke’ kwestie.

Met die laatste stelling ben ik het zonder meer eens. De vraag bijvoorbeeld of 15.000 asielzoekers per jaar erg is of niet, is een moreel oordeel. Er zijn mensen die vinden dat we helemaal geen asielzoekers moeten binnenlaten. Er zijn ook mensen die vinden dat je iedereen die om opvang vraagt, moet opvangen. En daartussenin zijn er allerlei varianten, bijvoorbeeld dat je aanvragen streng moet toetsen aan vastgestelde criteria, of dat je per jaar een maximum aantal mensen kunt binnenlaten.

Stroman

Zij die pleiten voor fact-based politics, en daar reken ik ook mezelf toe, stellen helemaal niet dat morele oordelen geen rol spelen in de politiek. Wat zij wel stellen is dat je je bij dat morele oordeel zoveel mogelijk op daadwerkelijke feiten dient te baseren, op dat wat we wel met zekerheid weten. Houtman valt dus een stroman aan.

De voorstanders van fact-based politics zullen zich eerst afvragen hoeveel asielzoekers er nu feitelijk naar ons land komen voordat ze ingaan op de wenselijkheid, en pas daarna komt de vraag aan de orde of we het beleid moeten bijstellen.

Dat voorkomt dat je politiek slechts bedrijft op basis van gevoel, al dan niet afkomstig uit de onderbuik, en dat je je in plaats daarvan baseert op objectief waarneembare zaken. Houtman heeft gelijk dat dit soms moeilijk is of zelfs onmogelijk. Sommige zaken zijn erg ingewikkeld, soms speelt er een veelheid van factoren en hangt je oordeel af van de invalshoek die je, vanuit je eigen morele overtuiging, kiest.

Meten is weten

Houtman maakt echter een karikatuur van de voorstanders van fact-based politics. Want er zijn legio situaties waarin je de feiten wel eenvoudig kunt vaststellen, waarin je geen uitgebreid onderzoek hoeft te doen, geen complexe sociologische modellen hoeft te ontwikkelen, geen ingewikkelde variantie- of factoranalyses hoeft uit te voeren.

Zo ken ik weinig bedrijven en organisaties die geen gegevens verzamelen en kengetallen registreren om daarmee adequaat hun bedrijf te kunnen sturen. Meestal is dat een normaal onderdeel van het administratieve verwerkingsproces. Als je – zoals in ons voorbeeld – voor elke asielaanvraag een dossier aanmaakt, kun je dus ook heel eenvoudig tellen hoeveel dossiers je per jaar krijgt. Is dat totaal eenmaal bekend, dan moet je inderdaad nog steeds een moreel oordeel vellen.

Het lijkt me echter evident dat het voor dat oordeel wel degelijk uitmaakt of er achter het kengetal ‘aantal aanvragen’ 15 duizend of 50 duizend staat. Zoals het ook uitmaakt of we het hebben over mensen die aangetoond hebben dat ze persoonlijk gevaar lopen of over economische ‘gelukszoekers’. Mijn tegenvraag aan Houtman cum suis zou zijn waarom je de politiek niet op feiten zou baseren als die wel beschikbaar zijn. Die vraag is te meer relevant omdat de realiteit soms behoorlijk afwijkt van wat we denken te weten.

Een illustratie

De roep dat er teveel asielzoekers naar ons land komen, klinkt steeds luider en velen spreken over ‘gelukszoekers’. Een enkele partij spreekt zelfs over een tsunami die ons land overspoelt. Dat leidt tot een roep om een strenger vreemdelingenbeleid, het aanscherpen van de criteria voor asiel, een nog grondiger asielprocedure, opvang in de eigen regio enzovoort. Maar stel nou eens dat het aantal veel lager ligt dan men denkt, wat zegt dat dan? Zou je met die wetenschap niet een ander politiek oordeel hebben of op een andere partij stemmen? Zou je je aandacht wellicht richten op zaken die er wel toe doen?

Uit opinie-onderzoek blijkt dat 60 procent van de Nederlanders het aantal asielzoekers hoger inschat dan het werkelijk is. 21 procent van de ondervraagden denkt dat er elk jaar 50.000 asielzoekers ons land binnenkomen, terwijl dat er in werkelijkheid al een decennium lang per jaar gemiddeld zo’n 13.500 zijn. Vanaf 1980 was er maar één jaar waarin er meer dan 50.000 asielzoekers naar ons land kwamen. Dat was in 1994, middenin de Balkanoorlog. Een perfect voorbeeld van ‘opvang in de regio’.

Terwijl we met regelmaat horen dat vluchtelingen beter in de regio kunnen worden opgevangen, is de realiteit dat eind vorig jaar 10,5 miljoen vluchtelingen bescherming kregen van UNHCR en er bijna 15 miljoen mensen ontheemd waren in hun eigen land. In Nederland vroegen 13.340 mensen asiel aan.

Nederlanders leven in de veronderstelling dat elke vluchteling gemiddeld vier gezinsleden laat overkomen. In werkelijkheid is dat nog niet een half gezinslid per vluchteling. Die doorlopen bovendien ook zelf de asielprocedure en zijn al verdisconteerd in het totaalcijfer van 13.500.

Maar liefst 79 procent van de Nederlanders denkt dat je asiel kunt krijgen als er in je land sprake is van willekeurig geweld. In werkelijkheid moet je aantonen dat je individueel gevaar loopt wil je asiel krijgen.

Bijna een kwart van de bevolking denkt dat de meeste vluchtelingen uit Turkije en Marokko (16 procent) of uit Tunesië, Egypte en Libië (8 procent) komen. In werkelijkheid komt slechts een handjevol vluchtelingen daar vandaan.

Rechtvaardigheid in het geding

Dit voorbeeld toont dat veel Nederlanders de feiten niet op een rijtje hebben. Het zou uitermate zorgwekkend zijn wanneer p0litici zich nog slechts laten leiden door dit soort vooroordelen van burgers, of nog slechts door hun eigen overtuiging, zonder dat zij nog de moeite doen om feiten te achterhalen.

Het leidt ertoe dat we onze energie stoppen in het aanscherpen van regels en het bedenken van nieuw beleid, om problemen op te lossen die er niet zijn of die minder ernstig zijn dan we denken. Dat is een verspilling van tijd, geld en energie die we wellicht beter hadden kunnen benutten voor problemen die er wel toe doen. Omgekeerd kan het ook voorkomen dat we iets niet zien als een probleem terwijl het wel onze aandacht behoeft en ook dat kan grote consequenties hebben.

Beleidsmaatregelen blijven bovendien niet beperkt tot het papier. Ze hebben gevolgen voor het leven van individuele mensen. In mijn voorbeeld zijn dat asielzoekers en degenen die hen opvangen en beoordelen. Maar het had ook om u of mij kunnen gaan.

We mogen van onze politici niet alleen verwachten dat ze handelen conform hun morele overtuiging, maar ook dat ze meewegen wat de gevolgen zijn van hun besluiten, dat ze ons kunnen uitleggen waarom die gevolgen noodzakelijk en rechtvaardig zijn. Dat alles is onmogelijk als we de feiten buiten beschouwing laten. Want dan rest ons nog slechts de waan van de dag, vooroordelen en aannames die geen relatie hebben met de werkelijkheid. Rechtvaardigheid kan niet zonder waarheid.

Dit artikel verscheen op 18 december 2011 op Sargasso, waar u ook kunt reageren.

Dit bericht werd geplaatst in Politiek en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.