Helden en slachtoffers

Vanmiddag was ik op een bijeenkomst waar de centrale vraag was of de oorlog met pensioen kan en zo ja, wanneer. Voorlopige conclusie: dat kan nog wel even duren. Helden heb je in rangen en standen, slachtoffers ook. De hiërarchie van leed in de praktijk.

Het was een boeiende middag. Een van de inleiders was Hinke Piersma. Zij werkt bij het NIOD en doet daar onderzoek naar de totstandkoming van de wetten voor de getroffenen door de Tweede Wereldoorlog. Zij vertelde over de uitvoerige discussies in de samenleving, in de regering, het parlement, de Raad van State. Discussies over wie er na de oorlog wel of niet voor een pensioen in aanmerking mocht komen, het onderscheid tussen politieke gevangenen en verzetsmensen, tussen mensen die voor en na de Februaristaking in het Verzet gingen.

Na de Tweede Wereldoorlog was het overheersende gevoel: dit nooit meer. Het was de tijd van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de oprichting van de Verenigde Naties, de Geneefse Conventies en oog voor de burgerslachtoffers van oorlogen.

De geschiedenis van de wetten voor oorlogsgetroffenen laat echter een heel ander beeld zien. En het zette mijn begrip van solidariteit op de helling.
In eerste instantie richtten de wetten zich op wat je ‘de helden’ zou kunnen noemen. Het waren pensioenvoorzieningen voor actief getroffenen, mensen die hadden gevochten, die zich hadden verzet. Diegenen die in Indië vochten, kwamen daar niet bij aan bod. Het duurde jaren voor erkend werd dat er ook zo iets was als Indisch verzet. En nog langer voor ook voor hen een voorziening in het leven werd geroepen. De voorzieningen voor actief getroffenen in Europa kwamen al vanaf 1947 tot stand. Die voor het Indisch verzet pas in 1986.

De passief getroffenen, degenen die vooral leed hadden ondervonden, maakten daar geen deel van uit. Pas in 1973 kwam er een wet voor vervolgingsslachtoffers, waarmee het leed van overlevenden van de Holocaust en anderen die vervolgd werden, erkend werd.

Wat me nog wel het meest trof, was dat in al die discussies kort na de oorlog burgerslachtoffers vooral als bijkomende schade werden gezien, ‘collateral damage’ zoals we dat tegenwoordig noemen. De heersende idee was: waar gevochten wordt, vallen nou eenmaal slachtoffers, dat hoort erbij. Velen van hen waren door de oorlog van huis en haard verdreven, ze raakten alles kwijt wat ze hadden. Maar pas in 1984 kwam er voor hen een voorziening.

Ook aan het woord kwam iemand die jarenlang lotgenotengroepen had begeleid. Zij verhaalde over de moeizame strijd om buiten de reguliere behandelkanalen steun te krijgen voor activiteiten die zich richtten op onderling contact en steun. Nog moeilijker was dat voor partners van oorlogsgetroffenen, en voor hun kinderen. Het duurde lang voor het besef doordrong dat ook zij hinder ondervonden van de schade die de oorlog had aangericht in het leven van hun man, hun vrouw of hun ouders.

De laatste spreker was Tom de Ridder. Hij schreef de geschiedenis de vereniging van ex-politieke gevangenen Expogé. Het waren mannen van stavast, zij kwamen in opstand en werden daarvoor in kampen opgesloten. De geschiedenis maakte duidelijk dat hoewel zij allen een zeer ingrijpende ervaring hadden gedeeld, er ook belangrijke dingen waren die zij niet deelden. Zoals politieke overtuiging. Hij vertelde over hoe zij besloten dat communisten niet langer lid konden zijn. De vereniging wordt binnenkort opgeheven, omdat er niemand is om het werk voort te zetten. In de zaal zat een kind van zo’n gevangene. Hij vertelde hoe kinderen dit werk wel wilden voortzetten, maar het niet mochten. Dat dit soort besluiten achter gesloten deuren werden genomen, en zij er niet bij mochten zijn. Een herkenbare reacties voor kinderen van oorlogsgetroffenen, een signaal dat zij zich niet erkend voelden.

Het is oktober 2009. Maar de oorlog is nog lang niet voorbij.

Dit bericht werd geplaatst in Oorlog & geweld en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Helden en slachtoffers

  1. wereld achter glas zegt:

    Blij dat de politieke onenigheid in
    verzetskringen toch ook nog wat
    aandacht krijgt op het blog.

  2. Jezzebel zegt:

    Je beschrijft het mooi.
    Het is zo verdrietig.
    De besluiten achter gesloten deuren.
    En uitmaken wie wel, en wie niet.

    Ik heb dit op een bepaalde manier in Israel meegemaakt.
    Waar ook gradatie in heldendom en slachtofferschap is.
    Er heerst een soort regentenmentaliteit,
    waar het ene slachtoffer voor het andere uitmaakt
    wat wel en wat niet ‘acceptabel’ is of ‘erkend’ wordt.
    .

  3. ron rozen zegt:

    Is dit blog een inleiding van Johanna dat het tijd wordt een islamitische afdeling bij het NIVOD en het verzetsmuseum?

  4. joost tibosch sr zegt:

    We beginnen nu niet alleen te beseffen hoe verwoestend (in alle betekenissen van het woord) oorlog is, maar het dringt nu langzaam maar zeker ook door hoe lang de nasleep van zo’n verwoesting is. Reden te meer om het hele spelletje van tegen elkaar ophitsen, bewapening en op elkaar loslaan nu maar vanaf het begin achterwege te laten..en -voor mijn part wanhopig- naar andere "spelletjes" te zoeken, waarbij wij en de wereld héél (ook in alle betekenissen van het woord) blijven!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s