Paniek

We zijn in Jordanië en mijn man is onverwachts opgenomen in het ziekenhuis. Niet ernstig, maar hij moet wel blijven, in het ziekenhuis in Amman. Terwijl we met de familie om zijn bed zitten en het eten met elkaar delen, gaat mijn telefoon. Slecht nieuws uit Nederland. Het gaat slecht met mijn moeder en het is belangrijk dat ik nu gelijk naar huis kom.

Ik overleg met mijn man en besluit alleen af te reizen. Het doet pijn hem daar alleen achter te laten, maar dit is dringend. Ik ga naar ons appartement, pak snel wat spullen en ga op weg naar het vliegveld. De snelste manier om daar te komen is de fiets. Alleen ik heb geen fiets. Vlakbij het vliegveld zit een fietsenverhuurbedrijf en ik besluit daar langs te gaan.

Op de fiets rij ik door lange gangen, op zoek naar het ziekenhuis waar mijn moeder ligt. Het is wel vreemd, het ziekenhuis lijkt in een winkelcentrum te liggen. De gang loopt uit op een driesplitsing. Ik sta voor het stoplicht om linksaf te slaan. Rechts van mij staat een bewaker voor een andere gang die met een hek is afgesloten. Hij vraagt waar ik heen ga. Ik leg uit dat ik naar mijn moeder in het ziekenhuis moet. Maar dat gaat zo maar niet, zegt hij, laat eerst je paspoort maar eens even zien. Gelukkig heb ik dat bij me. Hij wijst naar de balie aan de overkant en zegt: daar moet je zijn, daar doen ze de controle.

Aan het loket staat een Jordaanse dame. Ze vertelt dat ik moet wachten tot ik aan de beurt ben. Wat vreemd is, want ik ben de enige, er staat verder niemand. Al snel sluit een groep toeristen zich aan bij de eenmansrij. Ze blijken uit Nederland te komen. We spreken onze verbazing uit over de gang van zaken. Ik verzink in gedachten. Als ik weer opkijk, is de groep verdwenen en de vrouw achter het loket maakt aanstalten het loket te sluiten. Ik vraag haar aandacht en zeg dat ik haast heb. Het vliegtuig vertrekt over een uur en ik sta hier inmiddels al een hele tijd. De mensen die na mij kwamen zijn kennelijk al eerder geholpen. Opnieuw zegt ze dat ik moet wachten.

Na een paar minuten komt ze weer naar de balie en vraagt me met haar mee te lopen. Hé, dat is ongebruikelijk?! Ze neemt me mee naar de kamer van een van de chefs. Een persoonlijke audiëntie, lijkt het. Een zeer ruime salon met een grote vergadertafel, een bureau met zo’n typisch Arabisch zitje ervoor, dat je altijd lager zit dan degene die je bezoekt. Hij gebaart me te gaan zitten en vraagt of ik koffie wil. En wellicht wat baklawa erbij? Dit lijkt een bizarre ontmoeting te worden. Ik drink rustig mijn koffie. Hij begint wat vragen te stellen. Of ik wel eens in Petra ben geweest. Of ik contacten had met mannen daar. Waar ze me mee naar toenamen. Ik vertel over de White Desert, niemand weet waar die is, behalve de bedoeïenen, en ze zullen er graag de nacht met me doorbrengen. Helaas weet ik nog steeds niet waar dat is, want nooit ben ik op het aanbod ingegaan.

De man vertelt dat hij net als ik uit Nederland komt. Ik kijk hem nog eens goed aan en zie nu inderdaad dat hij er westers uitziet, geen Arabier. Ze hebben hem ingehuurd omdat hij sterk is en in staat is om mensen te dwingen. Hij staat op en loopt naar een kastje achter mij. Even later voel ik zijn klemmende handen op mijn schouders en hij dwingt mij op te staan. Dit gaat helemaal de verkeerde kant op. Net op dat moment gaat de deur open en een blonde medewerkster komt binnen en meldt dat ze gaat afsluiten en naar huis gaat. Ik maak van de gelegenheid gebruik en vraag of alles in orde is en ik nu kan gaan. Ik ren zowat, maar bedenk nog net op tijd dat mijn paspoort nog op de tafel ligt. Ik loop terug, hopend dat hij me niet zal tegenhouden en gris mijn paspoort van de tafel. Ik ren het gebouw uit.

Buiten het gebouw blijkt dat het hele terrein is omringd door water. Aan het einde is een brug die leidt naar de heuvels verderop. De man is me inmiddels achterna gerend en staat op de brug. Ik spring het water in en zie tot mijn schrik dat de vijver vol zit met piranha’s. Met gevaar voor eigen leven waad ik door tot de overkant. Ik probeer om hulp te schreeuwen. Maar ik ken het Arabische woord voor help niet. Het enige buitenlandse woord dat me te binnen schiet is ‘ayuda’. Ik schreeuw, maar mijn stem is geluidloos, niemand kan me horen. In paniek ren ik de heuvels in.

Dat is raar. Net was ik nog bij het ziekenhuis en het vliegveld, maar dit lijkt meer op Petra. Alleen stonden daar vroeger geen buxushagen en vroeger lag het in het dal. Zijn die heuvels nieuw? Ik grijp naar mijn telefoon, maar die zit niet in mijn tas. Ik realiseer me dat ik die op de tafel heb laten liggen in het appartement. Ik zie hem nu zo voor me. Het was me nog niet eerder opgevallen, maar de tafel is ossenbloedrood geschilderd, dezelfde kleur als in ons huis in Nederland. Tijdens mijn afwezigheid is de tafel kennelijk vervangen.

Ik kom uit bij een soort tunnel, maar de deur is afgesloten. Er hangt een bord waarop staat dat de entree negen euro bedraagt voor niet-Jordaniërs. Probleempje, ik heb maar vier euro bij me en mijn portemonnee ligt nog thuis op tafel. Ik besluit de gok te wagen, misschien zit er achter die deur wat anders, is het nog niet de officiële ingang.

Ik doe voorzichtig de deur open en kom uit in een lange, slingerende straat. Ik begin te lopen. Voor me lopen twee mannen en een vrouw in traditionele kleding. Ze dragen iets met zich mee. Ik kijk nog eens goed, dat lijken wel geweren. Ik heb het nog niet gedacht, of ze trekken de doeken van de geweren af en schieten tegelijk op de man die een aantal meters voor hen loopt. Ik vlucht het eerste beste koffiehuis in in de straat die doet denken aan de steegjes in Amsterdam. In de hoek staat dezelfde groep Nederlanders die ik zag bij de paspoortcontrole. Ze vragen me om hulp, want de bediening hier spreekt alleen Arabisch. Ik draai me om om met de ober te spreken en precies op dat moment komt een man zwaaiend met een pistool de keuken uit rennen. Hij schiet in het wilde om zich heen en we verzamelen ons in de hoek, want daar zijn we veilig. De kok komt lijkbleek te voorschijn en vraagt ons hem te helpen. We verstoppen hem in de kinderwagen van een vrouw die toevallig ook aanwezig is en rijden zo onopvallend mogelijk het koffiehuis uit.

De tijd dringt en ik fiets nu zo hard als ik kan naar het vliegveld. Voordat ik kan inchecken moet ik eerst de fiets inleveren, maar ik ben vergeten waar het verhuurkantoor ook al weer zat. Ik fiets door een lange gang met aan weerszijden slechts ramen, als in een ziekenhuisgang. Aan het einde bevindt zich een loket. Maar ik ben op de verkeerde plek. Ze vertellen me dat ik om het gebouw heen moet rijden, dan de heuvel af en dan zit het kantoor aan de linker kant.

Ik rij om het gebouw heen, maar daar bevindt zich helemaal niks, en vliegtuigen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Kale, granieten heuvels, dat is alles wat er is. Ik kijk om en zie de paspoortcontroleur weer op me af komen rennen. Hij zwaait met een mes.

Mijn ademhaling gaat steeds sneller. Ik zit in de val.

Ik moet mezelf dwingen om wakker te worden, mezelf in veiligheid brengen. Uit mijn droom kan hij me niet achtervolgen. Ik schreeuw tegen mezelf: word wakker. En ontwaak. Mijn moeder is dood.

Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

9 reacties op Paniek

  1. eva zegt:

    Is het nou een droom of is het echt?
    gr eva

  2. Jezzebel zegt:

    Gecondoleerd met het verlies van je moeder.

    Wat heb je een prachtig mooi verhaal geschreven.

    Ik ben in Petra geweest.
    En zag de pracht van het rood.
    Is er een witte woestijn?

    Oh wat hoop ik erop.
    Dat jij me gaat vertellen.
    Over de plek die alleen de bedouïnen kennen.

    Ik heb daar ook gezeten met de mannen.
    Die er wonen.
    En van leven.

    De wet, God, en de woestijn.

    Wat fijn dat je er bent.
    Ik ga vaker naar je kijken.

  3. @ eva
    Een zogenaamde ‘lucid dream’. Je droomt en je weet wat je droomt. Vaak hebben die als kenmerk dat ze veel realistischer zijn dan nachtmerries. Jouw reacties bevestigen dat. Droom en werkelijkheid zijn nauwelijks te onderscheiden. Wellicht ook door de laatste zin. Ik droomde over mijn moeder die ineens ziek werd, maar ze is in april overleden. Je wordt dus wakker met een realiteit die erger is dan je droom, en ook dat weet je terwijl je droomt. Je moet wakker worden, maar wil dat ook niet.

    @ Jezzebel
    Dank je voor de condoleances en voor de complimenten.
    De witte woestijn ligt ergens in het gebied rondom Petra. Toeristen komen daar alleen maar als ze zich daardoor laten verleiden door de bedoeïenenjongeren. Ik ben er helaas ook nog nooit geweest, en ik weet ook niet zeker of hij werkelijk bestaat. Maar dat is juist zo mooi. Mijn keuze betekent ook dat ik het nooit zal weten.
    Het is echter heel wel mogelijk. Dat hele gebied kenmerkt zich door de enorme variatie in landschappen, prachtige plekken die voor de meesten van ons helaas verborgen blijven. Ik prijs me gelukkig dat ik er een flink aantal heb mogen zien.

  4. Mo zegt:

    Ademloos gelezen, en bij mij kwam dezelfde vraag op als bij Eva.

  5. @ Mo
    Dat is een groot compliment.

  6. Mephisto zegt:

    Johanna, allereerst: probleemloos verwoord. Wauw. Mijn complimenten. Enzo. :-)

    Vervolgens: schijnbaar zweeft u in 2 werelden; die van uw Nederlandse opvoeding en die van uw huidige man. En u loopt compleet verloren, in uw lucide droom.

    Dus is mijn vraag, los van het feit dat u liever zorgt voor uw man dan voor uw moeder (zou ik ook doen), waar is die wereld van u, uw eigen werkelijkheid?
    En waarom met zoveel geweld afscheid (willen) nemen van uw moeder?

    mvg,
    MePhiSto

  7. Mephisto,
    Dat is schrikken, een droomanalyse.
    Mijn werkelijkheid bestaat letterlijk uit twee werelden, die zich vaak probleemloos vermengen en soms probleemvol in het geheel niet vermengen. Leven in twee werelden vraagt soms om evenwichtskunst.
    Dat ik liever voor mijn man dan voor mijn moeder zorg, betwijfel ik. Ik nodig je uit mijn eerdere blogs daarover (vanaf half april) eens te lezen.

  8. veronica zegt:

    Heel mooi,vooral omdat je het gedroomde verhaal zonder commentaar geeft
    Schrik niet van de duidingen die anderen eraan geven, dat gebeurd alleen vanuit hun eigen werkelijkheid,zonder dat ze iets weten van jouw werkelijkheid en onwerkelijkheid
    Iemands onwerkelijkheid is soms nog zwaarder als iemands werkelijkheid

    Ik hoor,hoe iemand verschrikkingen kan doorstaan,alleen, het alleen zijn aangaat om de eigenlijke confrontatie te ontlopen, om wakker te worden in wat wij werkelijkheid noemen
    Dan is er plaats om te kunnen berusten

    Ik hoor zoveel kracht, zoveel verdriet, zoveel dapperheid

  9. @ veronica
    Of: de confrontatie bestaat slechts in mijn dromen. Wat dan puzzelt is dat die verschrikkingen pas werkelijk bestaan als je wakker wordt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s