Zaterdagmorgen Nummer Eén

Vanaf Terneuzen nemen we de provinciale weg langs de Knol, het Boerengat en Hoek, vervolgens Biervliet, en dan Hoofdplaat. Daar nemen we de weg onderlangs de dijk tot we op de Duivelshoekseweg uitkomen. Nee, niet linksaf naar de Dodenhoek, daar hebben we niks te zoeken. Rechtsaf gaan we, het Magereind op. Want het Magereind leidt naar het strand van Nummer Eén.

Nummer Eén is een buurtschap ten oosten van Breskens. Ingepolderd aan het einde van de achttiende eeuw, toen de Hooge Plaete, een zandbank werd drooggelegd. In de nieuwe polder zette men paaltjes met nummers. En bij plaatje nummer 1 ontstond dus een buurtschap, die logischerwijs de naam Nummer Eén kreeg.

Kokhaantjes steken bij Nummer EénOp zaterdagmorgen gingen we erheen. Mijn vader, mijn oom, mijn twee broers en ik. Met zijn allen in de rode Fiat van mijn oom die al zijn hele leven als knecht bij de boer werkte.
Gewapend met een emmer, een schepnet, een grove zeef en een schep. Het hoogtepunt van de week: âantjes steek’n.

Kokhaantjes, of kokkels dus. Geen exotische tapas uit de Spaanse of Portugese keuken, maar een inheems schelpdier, een van de lekkernijen uit de Schelde, een succesvol exportproduct. De meest ordinaire schelp op het strand, altijd te vinden langs de vloedlijn.

Cardium Edule - kokhaantjeCardium Edule, de hartschelp, die zijn Nederlandse naam ontleent aan zijn kenmerkende oranjegele kam.

Hij leeft vlak onder het zand, niet dieper dan een centimeter of twee. Per uur pompt hij een halve liter water door zijn kieuwen, waar hij het plankton uit filtert. In een paar weken tijd pompt hij het hele volume van de zee door zijn kieuwen. In Zeeland wordt hij gewaardeerd vanwege de bijzondere smaak.

Je kan ze vers op de markt kopen, maar als rechtgeaarde Zeeuwsch-Vlaming gingen wij natuurlijk zelf met de kaplaarzen het strand op. Met de schep schepten we bergen zand in de zeef die mijn vader speciaal voor dit doel hoogstpersoonlijk in elkaar gezet had. Daarna haalden we de schep door het zeewater zodat het zand uitgespoeld werd. Wat achterbleef, daar ging het om, de âantjes.

Als we er genoeg gevangen hadden, reden we weer naar huis, alwaar de haantjes door mijn moeder zo, vers uit de zee in de roomboter gebakken werden. Heel af en toe koop ik ze nog wel eens, als ik ze al kan vinden, en dat is niet vaak. Maar zoals toen, zo smaken ze nooit meer.

Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Zaterdagmorgen Nummer Eén

  1. Martin Broek zegt:

    Zo haalden wij alikruiken uit het Volkerak, toen dat nog brak was, en aten die op. Kreukels noemden we ze op zijn Westbrabants. Kokkels zie ik regelmatig in de visstal op de markt. Kreukels/alikruiken zie ik vrijwel nooit. Deed het altijd met vriendjes nooit met ooms en ouders. Dat maakt de herinnering toch anders. Mooi dat je dat nog hebt.

  2. joker zegt:

    Leuk zo’n routebeschrijving in de buurt. Eerste stukje fiets ik elke dag ( bij mooi weer lol). Kan me zo de route en de omgeving voor ogen halen.

  3. @ Martin
    ja kreukels, die ook inderdaad. In Zeeuws-Vlaanderen kom je ze op de markt nog wel eens tegen. Wel onhandig eten, dat gepeuter met die naald.

    @ Joker
    Da’s een pittig stukje fietsen dan.

    Wat we ook wel deden: bij Cadzand garnalen vissen uit de Noordzee en die dan ter plekke pellen. Mijn vader nam dan altijd de ‘kortste’ route door België, zodat we meestal uren onderweg waren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s