Wat we niet weten over Darfur

Eind april verscheen het rapport Darfur in the media – from crisis to context. Belangrijkste conclusie: de berichtgeving over Darfur is etnocentrisch, eenzijdig en oppervlakkig. Het rapport gaat over de manier waarop de media in Groot-Brittannië berichten over Darfur. Maar volgens mij is de situatie in Nederland niet veel anders.

Het rapport concludeert dat de berichtgeving niet bijdraagt aan het voorlichten van mensen over het conflict in Darfur, maar door het etnocentrisme, de eenzijdigheid en oppervlakkigheid juist bijdraagt aan de waardering van het gebruik van geweld, het polariseren van opinies en het versterken van het verder vastlopen van het conflict. Bovendien krijgen politieke initiatieven die zich richten op vrede en coëxistentie nauwelijks aandacht; daarmee ontberen de initiatieven steun en krijgen ze geen voet aan de grond.

Arabieren en Afrikanen?
Na zes jaar conflict in Darfur is dat nog steeds het versimpelde beeld dat de media schetsen. Dat doet de werkelijkheid geweld aan. En erger, het voegt een element toe aan het conflict: polarisatie. De beeldvorming jaagt een tweedeling tussen Arabieren en Afrikanen aan, en maakt die dé centrale factor in het conflict. Dit bedreigt de duurzaamheid van een mogelijk vredesakkoord.

Afhankelijk van de definitie zijn er in Darfur 40 tot 90 verschillende etnische groeperingen. Voor zover de groepen al zijn te onderscheiden, zijn ze heterogeen, kennen ze vele stammen, spreken ze verschillende dialecten. Zo komt bijvoorbeeld Arabisme ook voor onder niet-Arabieren. Etnische grenzen zijn bovendien vloeiend en flexibel, reiken ook over landsgrenzen naar bijvoorbeeld Tsjaad heen. De verschillende groepen kennen een lange geschiedenis van politieke, economische en sociale samenwerking. Victor Tanner van de School of Advanced International Studies aan de Johns Hopkins University stelt dan ook:

“‘Arabs’ and ‘Africans’ are not at war with each other in Darfur.”

R.S. O’Fahey, hoogleraar Afrikaanse geschiedenis en Soedan-specialist aan de Universiteit van Bergen beschrijft de Darfuri gemeenschap als volgt:

“The population of Darfur is approximately 2/3 to 3/4 ‘African’ and 1/3 to 1/4 ‘Arab’ (…) All in Darfur are Muslim of the Maliki madhhab and a high proportion are adherents of different branches of the Tijaniyya tariqa. Of course, who is ‘African’ and who ‘Arab’ is ultimately a matter of self-ascription.”

Ook taal fungeert volgens hem niet als etnische marker. Het in Darfur gesproken Arabisch kent bijvoorbeeld verschillende dialecten.
O’Fahey’s overkoepelende stelling is dat er in Darfur geen doorslaggevend onderscheid te maken is tussen ‘Arabieren’ en ‘Afrikanen’. In het verleden was er sprake van onderlinge afhankelijkheid, waarbij de onderlinge banden werden versterkt door handel, de groei van markten, en het gemak waarmee bevolkingsgroepen zich door Darfur bewogen op zoek naar natuurlijke bronnen en kansen op werk.
Voor een duurzame vrede is het benadrukken van de gemeenschappelijke geschiedenis en tradities van groot belang.

Janjaweed
Een term die veel emotie oproept, maar een andere werkelijkheid maskeert: de meeste Arabieren zijn neutraal in het conflict. Clea Kahn van de Small Arms Survey stelt:

“Not all janjawid are Arab and likewise not all Arabs are janjawid. Arab nomads in particular have complained that they have come under attack under the assumption that they are janjawid. Other Arab groups may have attacked or come into conflict with residents or IDPs without any government association. To complicate matters further, there are also reports of janjawid defecting to join rebel groups.”

En Soedan-expert Julie Flint stelt:

“Although the conflict in Darfur is popularly depicted as a war between ‘Arabs’ and ‘Africans’, it is estimated that no more than 20,000 Darfurian Arabs have joined forces with the government, motivated as much by the promise of a salary and loot as by any fuddled notions of Arab supremacy.”

Human Rights Watch noemt overigens hetzelfde aantal.

Bashir en het Internationale Strafhof
De meesten van ons denken dat het arrestatiebevel tegen de Soedanese president Omar al-Bashir spreekt over genocide. Dat is echter niet het geval. De term kwam wel in de oorspronkelijke aanklacht voor, maar niet in het uiteindelijke arrestatiebevel.
Het arrestatiebevel vermeldt zeven aanklachten op basis van het Verdrag van Rome. Vijf aanklachten vanwege misdaden tegen de menselijkheid: moord, uitroeiing, gedwongen verhuizing, marteling en verkrachting. En twee aanklachten inzake oorlogsmisdaden: het bewust uitvoeren van aanvallen op de burgerbevolking of op individuele burgers die geen deel hebben aan vijandelijkheden, en plundering.

Overigens stelt Human Rights Watch dat het Internationale Strafhof het risico loopt als partijdig en vooringenomen ervaren te worden. Slechts 56 procent van de 108 staten heeft het Verdrag van Rome geratificeerd. Veel Afrikaanse staten eveneens het verdrag geratificeerd. Zij lopen daardoor een onevenedig risico op vervolging. Terwijl landen als de Verenigde Staten, Rusland, China, India, Israël en de leden van de Arabische Liga (behalve Jordanië) het verdrag niet hebben geratificeerd en dus ook niet vervolgd kunnen worden.
Soedan heeft het verdrag evenmin geratificeerd. Toch menen de voorstanders van het Strafhof dat Soedan meewerking moet verlenen. De reden daarvoor is resolutie 1593 van de VN Veiligheidsraad, die de zaak Darfur naar het Strafhof verwijst. Een resolutie die is aangenomen door landen die ditzelfde hof niet erkennen!
Het Strafhof neemt hiermee dus een risico, de jurisdictie zal ongetwijfeld ter discussie worden gesteld. En bovendien beschouwen veel Soedanezen het arrestatiebevel als een aanslag op de Soedanese soevereiniteit.

De oorzaken van het conflict
In de begindagen stonden etnische verschillen veel minder op de voorgrond dan nu. Zo schreef Africa Confidential in november 2002:

“Darfur, where 30 years ago the greatest danger was wild animals, is torn by conflict. Triggered largely by competition for water and land amid dire desertification, especially with the appalling drought and famine of the early 1980s, conflict rages.”

Hoewel reeds bestaande etnische spanningen en verdelingen wel worden benoemd, worden ook andere factoren geïdentificeerd. Zo wijst Amnesty International in 2003 op verwoestijning, concurrentie om hulpbronnen en de verspreiding van kleine wapens in Soedan zelf dan wel door smokkel vanuit Libië en Tsjaad. Het rapport beschrijft een opkomend conflict tussen sedimentaire en nomadische groepen, maar licht dat binnen de context toe. In 2004 schrijven de media nog slechts over ‘Afrikanen’ en ‘Arabieren’.

De International Crisis Group schreef in 2003 dat een belangrijk deel van het geweld direct terug te voeren is op lokale tradities in Darfur. En dat het overheidsbeleid het transformeren van het conflict ondersteunt: van traditionele tribale conflicten over toegang tot weidegronden en water tot een conflict gedreven door een bredere etnische agenda. Waarmee tevens een discrepantie tussen centrale leiding en autonomie werd gesuggereerd. Opvallend was echter vooral dat de International Crisis Group in relatie tot het thema etniciteit stelde:

“It would be difficult for outsider to distinguish a Darfur Arab from an African, given that the identification is more cultural than racial. Centuries of common belief in Islam and intense socio-economic exchanges and intermarriages under Darfur’s powerful sultanates have created a sense of identity in Darfur that blurs easy ethnographic distinctions.”

Volgens Soedan-expert Eric Reeves is gewapende strijd wellicht niet de meest urgente zorg van de Darfurianen. De strijd door verwoestijning en kwetsbare ecologie is niet alleen een historische factor, maar speelt nog steeds een rol. In 2008 was de oogst in Darfur een ramp, de landschappelijke economie stort verder in, markten die ooit een bloeiend leven leidden en de economische geografie van Darfur kenmerkten bestaan niet meer; traditionele kansen voor ruilhandel en handel zijn grotendeels verloren gegaan, aldus Reeves.

Het United Nations Environment Programme stelt:

“Northern Darfur – where exponential population growth and related environmental stress have created the conditions for conflicts to be triggered and sustained by political, tribal or ethnic differences – can be considered a tragic example of the social breakdown that can result from ecological collapse. Long-term peace in the region will not be possible unless these underlying and closely linked environmental and livelihood issues are resolved.” “While resource scarcity is not solely responsible for conflict at the tribal level, it is a major driver, and must be seen in the context of wider political and economic marginalisation.”

UNEP benadrukt dus de verergering van het conflict als gevolg van verwoestijning, en geeft daarnaast aan dat het conflict zelf de achteruitgang van de natuurlijke omgeving versneld heeft.

In de vroege jaren tachtig dreef de voortgaande verwoestijning een crisis aan die uitmondde in de hongersnood van 1984-1985, waarbij naar schatting honderdduizend mensen het leven lieten. De bewoners van Noord-Darfur, Arabieren en de ‘Afrikaanse’ stam Zaghawa, trokken naar het zuiden voor onderdak. Dit kwam ook in het verleden voor en mensen leefden dan tijdelijk vreedzaam samen. Dat ging goed zolang de migranten de gewoonterechten van de gastheren respecteerden.

Tijdens de crisis in de jaren tachtig was de druk echter veel groter; door de schaalgrootte en het aantal kleinschalige lokale conflicten. De verwoestijning had ook een veel permanenter karakter, waardoor de migratie niet tijdelijk meer was. Velen keerden niet terug naar het noorden maar vestigden zich in het zuiden. Hierdoor werden de gewoonterechten bedreigd, waaronder de toegangsrechten tot natuurlijke hulpbronnen. Een nieuw verschijnsel, dat eenvoudig leidde tot politieke manipulatie van de relaties tussen de Darfurianen.

Het traditionele hakura systeem dat het landgebruik aanstuurde, functioneerde in het verleden naar behoren: het stond seizoensgebonden gebruik van land en hulpbronnen door nomadische groepen en sedimentaire boeren toe op zo’n manier dat de voordelen maximaal waren. De sultan wees stukken grond toe, maar bleef eigenaar. Sedimentaire groepen, hoofdzakelijk ‘Afrikanen’, kregen grond toegewezen, terwijl Arabische groepen merendeels niet dergelijke aanspraken konden maken. In de praktijk betekende dit dat zij in slechte tijden geen historische precedenten konden aandragen waarmee zij hun rechten konden beschermen.

In de laatste decennia kennen meningsverschillen over de toegang en het gebruik van natuurlijke bronnen een veel onzekerder uitkomst. Factoren die daarbij een rol spelen zijn naast de toenemende verwoestijning waardoor de nomaden verder naar het zuiden worden gedrongen, ook de aanwezigheid van meer wapens en het afnemen van succesvolle, geloofwaardige bemiddeling, met name door de centrale overheid.

Tot slot bleven veel elementen die een rol van belang spelen onderbelicht in de vredesbesprekingen eind jaren tachtig. Het conflict sudderde daardoor ondergronds voort, en kon daardoor in 2003 ook zo fel weer oplaaien.

Het rapport is gepubliceerd door Arab Media Watch, een in 2000 opgerichte onafhankelijke non-profitorganisatie die streeft naar objectieve berichtgeving over Arabische zaken in de Britse media.

Lees het hele rapport: Darfur in the Media – From Crisis to Context, Guy Gabriel, Arab Media Watch, 2009

Dit bericht werd geplaatst in Klimaat, Oorlog & geweld en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Wat we niet weten over Darfur

  1. Helena zegt:

    Heel goed! Je schrijft het allemaal veel beter op dan ik dat kan!
    Ik probeer dat ook (steeds) duidelijk te maken, dat het conflict vaak gesimplificeerd wordt, ook door bepaalde bloggers die er zelf niets vanaf weten!
    Heb wel eens e-mailcontact gehad met Eric Reeves over Darfur.
    Een boek dat ook over Darfur gaat en de ‘belevenissen’ beschrijft van een tolk uit Darfur die journalisten hielp die over Darfur wilden rapporteren (zoals N. Kristof van de Neyw York Times en anderen) is ‘De Tolk’ van Daoud Hari.

  2. Helena zegt:

    Zal straks nog eens komen reageren hier en wellicht nog wat oorzaken noemen etc. en wat links naar nuttige informatie.

  3. Dag Helena,
    Ik lees je blogs met veel plezier. Ik wou dat er meer van waren. Kijk uit naar je aanvullingen.

  4. Het rapport is ook hier te lezen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s