Drie weken zat ik opgesloten

Ik begin me behoorlijk te vervelen. Er was niks te doen, veel bewegen zat er ook al niet in. Of het moet zijn dat ik me af en toe kon uitstrekken door zo ongeveer aan de bovenkant van mijn kooi te gaan hangen.

Zelfportret (foto: Johanna Nouri)Langzaam aan werden de twee katten me vertrouwd. Die rooie maak ik me geen zorgen om. Hij is groot, maar oud. Een beetje een sul eigenlijk. Ik denk dat ik die wel de baas kan. Waarschijnlijk is hij banger voor mij dan ik voor hem.

Die lapjeskat, dat is lastiger. Ze daagt me uit. Gaat voor mijn kooi zitten, staart me aan, na een paar minuten begint ze te blazen en te grommen. Allemaal bluf als je het mij vraagt. Ik geloof dat ik dé remedie nu heb gevonden. Als ze weer zo begint, draai ik me gewoon om en doe ik alsof ik ga slapen. Het lijkt wel te werken.

De dochter van mijn baasje is goed voor me. Ze haalt me aan. Ze begint te begrijpen dat ik niet zo agressief ben als ik lijk. Soms wil ik gewoon spelen, en dat doen we dan. Haar man vindt dat minder makkelijk, die denkt dat ik hem aanval. Hij lijkt een beetje bang voor me.

Over eten heb ik hier niet te klagen trouwens. Er wordt goed voor me gezorgd, ik krijg op tijd mijn natje en mijn droogje. Soms geven ze me vis, maar daar maken ze me niet blij mee. Dat is eigenlijk het enige dat ik dan laat staan. Een voordeel voor de andere twee, want die zijn juist wel gek op vis.

Gisteren was een zware dag. De dochter van het baasje was erg verdrietig. Het was precies een maand geleden dat mijn baasje verdween, ‘dat ma overleed’ hoorde ik haar zeggen. Ze zei dat ze haar miste, niet begreep dat ze nooit meer terug kwam. Dat zal dus wel betekenen dat ik hier moet blijven.

Vandaag is alles anders. Ineens werd de deur van mijn kooi open gezet. Voorzichtig ben ik naar buiten gegaan. Voetje voor voetje verken ik het terrein, alles is nieuw. Ik onderzoek alles. Spring overal bovenop, snuif de geuren in me op.

Aan de andere kant van de deur hoor ik de rooie kat. Gek idee, we zitten elk aan een kant van de deur. Ik steek mijn poot onder de deur door, en hoor de reactie aan de andere kant. We dagen elkaar uit. We kunnen elkaar net niet aanraken.

Soms wordt het even te veel en dan trek ik me even terug in mijn vertrouwde kooi. Een veilige plek. Mijn eten staat er. Ik kan er tot rust komen. Slapen.

Ik trek een duidelijke grens. Als ik rondsluip door de kamer mag je me niet aanraken. Doe je dat toch, dan sla ik van me af. Maar zit ik in mijn kooi, dan voel ik me wel redelijk veilig. Dan is het juist wel fijn als ik even aangehaald word.

Ik wacht in spanning af wanneer ze die andere twee ook de kamer in laat. Weet niet wat ik daarvan moet verwachten. Gaan ze vechten of gaan ze vluchten? En wat zal ik zelf doen?

Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Drie weken zat ik opgesloten

  1. Pingback: Ik voel me thuis | Levantijnse berichten

  2. Smokey Robbinson zegt:

    Treffende kattespinsels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s