Mijn moeder is niet meer

Vorige week zondag werd ze met spoed opgenomen, twee dagen later overleed ze. De hartproblemen waarvoor ze woensdag opgenomen zou worden, werden haar voortijdig fataal.

Mijn moeder was jarenlang psychiatrisch patiënte, maar de laatste jaren leefde ze weer enigszins zelfstandig. Ze was een geval apart, je zou kunnen zeggen een moeilijk geval. Iemand met een ingewikkelde gebruiksaanwijzing. Een wat vreemde, exotische vogel. Of zoals ik vorige week tegen mijn broer zei: een paradijsvogel.

Hoewel ze al meer dan vijftien jaar in de buurt van Zwolle woonde, is ze altijd een rasechte Zeeuwse gebleven. Ze vroeg wel wat van haar medemensen. Al was het maar haar taaltje verstaan. Ze haar gang een beetje laten gaan. Haar erkenning en liefde te geven. En vooral ook: haar echt leren doorzien.

Wie dat kon en wilde, haar doorzien, zag niet alleen haar kwetsbaarheid, haar ontoegankelijkheid, haar nukkigheid op gezette tijden. Wie haar kon en wilde doorzien, zag ook haar warme hart, haar genegenheid, haar wijsheid, haar overgave. De paradijsvogel is een unieke vogel in z’n veelkleurigheid. De paradijsvogel geeft een heel leerzaam beeld van paradijselijke volmaaktheid. En de koppeling van die woorden aan mijn moeder zet je dan weer aan het denken wat ‘paradijs’ en ‘volmaaktheid’ nu werkelijk inhouden.

Het was mooi vorige week in alle gesprekken die ik voerde, om te zien hoeveel mensen in haar nieuwe omgeving mijn moeder wilden en konden doorzien. Zoveel mensen die haar warmte, genegenheid, overgave herkenden. Die zelf ook aan haar gaven, en van haar terugkregen.

Vorige week was ik bezig met een fotopresentatie. Ik wilde een beeld schetsen van het veelkleurige leven van mijn moeder. Honderden foto’s zijn door mijn handen gegaan. Daarbij viel één ding op: op bijna elke foto stond familie: ouders, broers en zussen, neven en nichten, kinderen en kleinkinderen. Later, toen ik niet de slaap kon vatten, drong het tot me door: er was voor mijn moeder niets zo belangrijk dan haar familie. Haar broers en zussen, haar kinderen en kleinkinderen waren haar alles. En dat is een mooie gedachte, een troostende gedachte. In gedachten was mijn moeder altijd bij mij. Zoals mijn moeder de rest van mijn leven in mijn gedachten zal zijn.

Het was een mooie gedachte, maar ook een pijnlijke. Voor iemand voor wie de familie en de kinderen zo belangrijk zijn, is het niet eenvoudig om ze los te moeten laten. Haar verhuizing naar het noorden van het land was niet makkelijk, het was ook niet bepaald wat je noemt ‘een vrije keuze’. De dood van haar moeder, en later ook die van mijn vader, hebben diep ingegrepen in haar leven. Ze had het er erg moeilijk mee. Ze was opstandig en boos, en heel verdrietig. Het sloeg de grond onder haar leven weg. En het heeft haar veel moeite en inspanning gekost om weer enige grond te hervinden.

Dat haar psychische gesteldheid ertoe leidde dat ze meer ondersteuning nodig had, heeft daar uiteraard een belangrijke rol in gespeeld. Ze verhuisde naar het noorden omdat ze haar geloof leefde. En ze zei dat ze in een huis van haar geloof moest wonen. Een keuze die voor haar belangrijk was, maar eigenlijk ook geen keuze was. Er zijn nu eenmaal niet zoveel van die instellingen.

Het heeft haar veel pijn gedaan om haar familie in Zeeland te moeten verlaten, ver weg te wonen van haar kinderen en nog veel belangrijker haar kleinkinderen, haar zelfstandigheid in te leveren en haar huis met tuin in te leveren voor een kamer.

Ze was zó blij toen ze een aantal jaren geleden weer zelfstandig ging wonen en haar eigen huisje kreeg. We hebben veel plezier gehad bij het inrichten. Zoveel keuzes die gemaakt moeten worden als je weer van de grond af aan je eigen bestaan moet opbouwen. Wat daarbij opviel was hoe zeker ze wist wat ze wilde. ‘Nee ik wil toch echt die, want die vind ik mooi’. Hoe zuinig ze was voor zichzelf, hoe weinig ze zichzelf gunde. Het mocht nooit teveel geld kosten.

Maar als ze er dan voor ging, dan ging ze ook echt. Dan stond ze zichzelf toe om zichzelf eens te verwennen. En dan genoot ze daar ook met volle teugen van en vertelde ze er glunderend over aan wie het maar wilde horen. Haar nieuwe bed, haar met bloemen bezaaide prachtige ochtendjas. Die ze niet wilde kopen, maar die mijn broer achter haar om stiekem toch voor haar gekocht had. En die ze nu glunderend laat zien.

Ik heb grote bewondering voor hoe mijn moeder zich door het leven heeft geslagen. Met vallen en opstaan, dat wel. Maar ze deed het toch maar.

Zaterdag stond ik in de kerk in Zeeland, waar mijn moeder het grootste deel van haar leven heeft doorgebracht. Ik keek om me heen, er waren veel mensen. Haar en mijn familie, vrienden en kennissen met wie mijn moeder nog steeds contact onderhield. Zij allemaal lagen mijn moeder na aan het hart. Talloos zijn de verhalen die ze vertelde. Ze hield ons op de hoogte van het reilen en zeilen in de familie en deelde haar zorgen over de gezondheid van haar broers en zussen. Ze genoot van de bezoekjes die ik er in de afgelopen jaren samen met haar aflegde, was blij haar familie en geboorteland weer te zien. Want belangstelling voor anderen: die had ze. En ik weet en ik voel dat mijn moeder hen ook na aan het hart ligt. En ook dat geeft me troost en maakt me dankbaar.

Ik zie een nieuw beeld, een beeld dat opdoemt zeker door de contacten met haar nieuwe omgeving. Het is een beeld van een vrouw die kleurrijk was, markant. Of zoals ze het zelf wel eens zei in haar onnavolgbare Zeeuwse dialect: ‘ik bên toch we ’n kèrl ee’. Mijn moeder was er niet één uit duizenden. Ze was een non-conformist. Iemand die haar eigen gang ging. Maar tegelijkertijd iemand die leefde in het contact met anderen. Soms als ik met mijn moeder ging winkelen, kwamen we aan winkelen nauwelijks toe. Want om de paar stappen kwam ze dan weer een bekende tegen, en met iedereen werd natuurlijk een praatje gemaakt. Een vriend van mijn broer zei deze week: een vrouw die zo haar eigen gang durft te gaan is een sterke persoon. Zo had ík het nog niet bekeken eigenlijk.

Een nieuw beeld. Het beeld van een gewaardeerd iemand. Een beeld van een positief ingesteld iemand, iemand die altijd tijd en belangstelling voor je had, iemand met wie je kon lachen en grapjes kon maken. De vrouw met die zwarte tas. Dat beeld. Het verrijkt mijn leven.

Het leven van mijn moeder, dat was lang niet altijd eenvoudig. Vaak was het moeilijk, een last die ze te dragen had. Voor mij als kind was het ook niet altijd eenvoudig om onderdeel uit te maken van dát leven. En zoals mijn moeder soms pijn had, zo heb ik die soms ook. Als ik weer eens vastloop op manieren die ik inmiddels maar al te goed van mezelf ken. En die veel te maken hebben met hoe ik als kind mijn weg moest vinden in dit gezin, in het vinden van manieren om het leven leefbaar te maken. Dat heeft mij soms erg afstandelijk, soms ook kwaad, soms ook verdrietig gemaakt.

Maar wat ik steeds meer ging zien, en vooral ook ging voelen was: mijn moeder heeft alles aan mij als kind gegeven wat ze had. En hoe meer ik dat ging zien en voelen, hoe meer ze bleek mij gegeven te hebben. Hoe meer ze mij ook in de afgelopen jaren gaf. Het leven met mijn moeder in de laatste jaren. Dat was een leven uit compassie. Uit haar waarderen om wie ze was, haar accepteren zoals ze was, met al haar eigenaardigheden. Dat was kleine lichtpuntjes zien, verhalen horen van de anderen.

Want haar liefde laten zien, dat was voor mijn moeder niet eenvoudig. Die liefde bleek vaak uit wat ze over mij aan anderen vertelde, aan broers en zussen, aan familieleden of vrienden en kennissen. Dat gaf veel rust. Ma zei het dan wel niet altijd zo duidelijk, maar in het diepste van mijn hart voelde ik hoeveel ze van mij hield. En ook hoeveel ik van haar hield.

Het was een genot om haar blij te maken. Met kleine dingen. Plantjes voor haar mee te nemen, met veel kleur vooral. De tuin op orde te houden en er mooie, bloeiende planten natuurlijk in te zetten waar ze van kon genieten. Een visje voor haar mee te nemen, hoewel ik vorige week van iemand hoorde dat ze eigenlijk helemaal niet van vis hield.

Op de dag van de begrafenis stond ik op. En ik dacht: als ik tegen de muren aanloop, dan komt dat ook door de omstandigheden waarin ik ben opgegroeid. Het was een mooi moment. Ik voelde geen pijn en verdriet meer, niet om mezelf. Ik voelde liefde voor mijn moeder.

Een nieuwe manier om ernaar te kijken, een nieuw beeld. Vanaf nu zullen de muren mij herinneren aan mijn moeder en al de mooie dingen die ze me gaf. Ik heb er vrede mee. Vrede, diep in mijn hart. Mijn moeder was een prachtmens. Ik zal haar missen.

Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijk, Vrouwen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Mijn moeder is niet meer

  1. kuifje simon zegt:

    Leven met en op de goede en lieve herinneringen; sterkte

  2. Bart zegt:

    Gecondoleerd met het verlies van je moeder, Johanna.
    Een mooi verhaal vol goede herinneringen, dat is fijn, en waardevol.
    Sterkte!

  3. Betty zegt:

    Ach, gecondoleerd en sterkte.

  4. P.H.M.van de Kletersteeg, ztt zegt:

    Als een ouder sterft, heb je het gevoel dat je iets verliest.
    Als de tweede sterft, heb je het gevoel dat er een deur achter je wordt gesloten en je op jezelf staat.
    Dat is de natuur.

  5. Dank jullie voor de lieve woorden. Mooie herinneringen heb ik inderdaad, naast de pijnlijke. Maar het gekke is dat ze de pijn niet minder maken.

    P.H.M. van de Kletersteeg. Hoe waar is het wat u schrijft. Ik voel me letterlijk verweesd. Ik vroeg me al af waarom het nu zo anders was dan toen mijn vader stierf. Mijn veilige thuishaven is weg, vanaf nu sta ik er zelf, alleen voor.

  6. Pingback: De paradijsvogel, uniek in zijn veelkleurigheid | Levantijnse berichten

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s